ECLI:NL:RBDHA:2021:5260
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning als zelfstandige wegens ontbreken duurzaam zelfstandig inkomen
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit en langdurig ingezetene in Spanje, vroeg een verblijfsvergunning aan voor arbeid als zelfstandige in Nederland. Na eerdere afwijzing van een aanvraag voor arbeid in loondienst startte hij een eenmanszaak en vroeg opnieuw een vergunning aan onder de beperking 'arbeid als zelfstandige'.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij duurzaam en zelfstandig voldoende inkomsten verwerft. De rechtbank oordeelt dat eiser slechts voor één opdrachtgever werkt, feitelijk geen ondernemersrisico loopt, geen investeringen heeft gedaan en geen acquisitiestrategie of andere opdrachtgevers kan aantonen. De overeenkomst en omstandigheden wijzen op een gezagsverhouding die lijkt op loondienst.
Eiser voerde aan dat hij wel als zelfstandige werkt en verwees naar jurisprudentie van het HvJEU, maar de rechtbank acht de overgelegde stukken onvoldoende om het standpunt te wijzigen. De aanvraag voldoet niet aan de voorwaarden van artikel 3.30, eerste lid, onder b, van het Vreemdelingenbesluit 2000. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning als zelfstandige wordt bevestigd.