ECLI:NL:RBDHA:2021:5395
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing dwangakkoord voor gedupeerden kinderopvangtoeslag-affaire ondanks verzet schuldeiser
Verzoekers, beiden gedupeerden van de kinderopvangtoeslag-affaire, dienden een verzoek in tot toepassing van een dwangakkoord op basis van artikel 287a Faillissementswet. Zij boden een prognoseakkoord aan waarbij preferente en concurrente schuldeisers een beperkte uitkering ontvangen over 36 maanden, tegen finale kwijting van het restant.
Verweerster, schuldeiser Defam B.V., weigerde in te stemmen met het akkoord vanwege de lopende onzekerheid over volledige schadeloosstelling door de belastingdienst en een moratorium van één jaar. Verzoekers ontvingen reeds een bedrag van €30.000,-, maar een officiële bevestiging van hun status als gedupeerden ontbrak.
De rechtbank oordeelde dat de weigering van verweerster niet redelijk was, gelet op het belang van verzoekers en de overige schuldeisers die wel instemden. De problematische schuldenlast, de persoonlijke omstandigheden van verzoekers, en het vooruitzicht op een schuldenvrije toekomst rechtvaardigden het dwangakkoord. De verzoeken tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werden afgewezen omdat het dwangakkoord voldoende bescherming biedt.
De rechtbank beveelt verweerster om in te stemmen met het akkoord en wijst het verzoek tot wettelijke schuldsanering af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank beveelt schuldeiser Defam B.V. in te stemmen met het dwangakkoord en wijst de verzoeken tot wettelijke schuldsanering af.