ECLI:NL:RBDHA:2021:5466
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure Nigeriaanse verzoeker
Verzoeker, van Nigeriaanse nationaliteit, heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dit verzoek is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 20 april 2021.
Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld tijdens een zitting op 12 mei 2021, samen met de behandeling van het hoofdberoep.
Omdat de rechtbank op hetzelfde moment uitspraak heeft gedaan in het hoofdberoep (zaaknummer NL21.6280), acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter E.S.G. Jongeneel en griffier D.M. Biermann, en is uitgesproken in het openbaar op 25 mei 2021. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep reeds is behandeld en uitspraak is gedaan.