ECLI:NL:RBDHA:2021:5482
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek erkenning aansprakelijkheid voor restschade dienstverbandaandoening militair
Eiser, een dienstplichtig militair die psychische dienstverbandaandoening opliep tijdens uitzending, verzocht verweerder om erkenning van aansprakelijkheid voor door hem geleden restschade. Verweerder wees dit verzoek af omdat eiser eerst een beroep moest doen op artikel 11a van het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen (Besluit AO/IV) en de Uitvoeringsregeling Volledige Schadevergoeding (UVS).
De rechtbank oordeelde dat erkenning van aansprakelijkheid zonder duidelijkheid over de restschade niet mogelijk is en dat verweerder niet verplicht is twee besluiten te nemen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat eiser niet in gelijke gevallen verkeert als veteranen die een andere regeling volgen. Tevens is vastgesteld dat verweerder nog geen besluit op grond van de RVS kon nemen omdat de medische eindtoestand nog niet was bereikt.
De rechtbank benadrukte dat eiser, zodra de medische eindtoestand is vastgesteld, recht heeft op volledige schadevergoeding conform artikel 11a Besluit AO/IV. Tegen toekomstige besluiten kan eiser rechtsmiddelen aanwenden. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om erkenning van aansprakelijkheid voor restschade wordt afgewezen.