ECLI:NL:RBDHA:2021:5483
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd inzake voorlopige voorziening tegen reactie op klacht
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een brief van de deken van de Nederlandse Orde van Advocaten, waarin een reactie werd gegeven op een door verzoeker ingediende klacht. Verzoeker verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen tegen deze brief.
De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van artikel 9:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) tegen besluiten inzake de behandeling van klachten over gedragingen van bestuursorganen geen beroep kan worden ingesteld. Omdat de reactie van verweerder op de klacht als zodanig een besluit betreft waartegen geen beroep openstaat, verklaarde de rechtbank zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek.
De rechtbank maakte gebruik van de bevoegdheid om zonder zitting uitspraak te doen en wees het verzoek af zonder dat partijen werden gehoord. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek om voorlopige voorziening tegen de reactie op een klacht.