ECLI:NL:RBDHA:2021:5496
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende medische noodzaak en beleidsmatige weigeringsgronden
Eiser, woonachtig in een klein tweekamerappartement zonder lift, vroeg een urgentieverklaring aan vanwege medische en psychische klachten die hem belemmeren traplopen en het samenwonen met zijn gezin problematisch maken. Verweerder wees de aanvraag af op grond van meerdere weigeringsgronden uit de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 en het advies van de GGD-medisch adviseur, die geen levensbedreigende of levensontwrichtende situatie constateerde.
De rechtbank overwoog dat verweerder beleids- en beoordelingsruimte heeft bij het toekennen van urgentieverklaringen en dat het restrictieve beleid niet onredelijk is. De woonsituatie van eiser voldoet niet aan de criteria voor urgentie, mede omdat het huisvestingsprobleem voorzienbaar was en eiser zich beperkt tot een klein zoekgebied binnen Den Haag. Daarnaast is het GGD-advies op objectieve en inzichtelijke wijze opgesteld en is er geen dringende medische noodzaak gebleken.
Hoewel eiser stelde dat zijn fysieke en psychische klachten onvoldoende zijn meegewogen, concludeert de rechtbank dat verweerder dit adequaat heeft gedaan, ook met inachtneming van de verklaring van de huisarts. Er is geen sprake van onbillijkheid van overwegende aard die een uitzondering op het beleid zou rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.