ECLI:NL:RBDHA:2021:5500
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven op grond van hardheidsclausule na afwijzing wegens ontbreken opzettelijk geweldsmisdrijf
Eiseres verzocht om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven nadat haar zoon was overleden door een schot van een politieagent op station Hollands Spoor. Verweerster wees de aanvraag af omdat de strafrechter het handelen van de politieagent als rechtmatig had beoordeeld, waardoor geen sprake was van een strafbaar opzettelijk geweldsmisdrijf. Eiseres stelde dat de hardheidsclausule van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven (Wsg) toegepast diende te worden.
De rechtbank oordeelde dat het bestuursorgaan slechts in uitzonderlijke gevallen van het oordeel van de strafrechter mag afwijken, en dat hier geen sprake was van een strafbaar feit. Wel stelde de rechtbank vast dat de uitleg van de hardheidsclausule door verweerster te beperkt was, aangezien deze ook kan worden toegepast indien niet voldaan is aan de eis van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. De rechtbank vond steun in de wetsgeschiedenis en het karakter van de hardheidsclausule.
Verder werd vastgesteld dat eiseres geen volledige schadevergoeding had ontvangen en dat civiele procedures zinloos waren gelet op het strafrechtelijk oordeel. Het Schadefonds is bedoeld voor situaties zoals deze, waarin het onredelijk en onbillijk zou zijn de schade ten laste van de benadeelde te laten. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, wees de uitkering toe van € 7.898,30 en veroordeelde verweerster tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Eiseres krijgt een uitkering van € 7.898,30 uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven op grond van de hardheidsclausule.