ECLI:NL:RBDHA:2021:5549
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen terugvordering kinderbijslag na verblijf in België
Eiseres had kinderbijslag aangevraagd voor haar dochter en deze werd toegekend vanaf het derde kwartaal van 2013. Na verhuizing naar België en werk daar, heeft verweerder vastgesteld dat eiseres vanaf 1 december 2013 niet meer verzekerd was voor de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) en heeft te veel ontvangen kinderbijslag teruggevorderd.
Eiseres stelde in beroep dat zij recht had op kinderbijslag over de periode oktober 2013 tot en met november 2014 omdat haar man toen in Nederland woonde en werkte en zij sinds juli 2013 een Nederlandse burger was. De rechtbank oordeelt echter dat deze gronden niet meer aan de orde kunnen komen omdat de besluiten over de terugvordering in eerdere procedures onherroepelijk zijn geworden doordat geen bezwaar was gemaakt.
De rechtbank wijst erop dat eiseres de mogelijkheid had om bezwaar te maken tegen de eerdere besluiten en dat zij zich niet kan beroepen op onduidelijke communicatie om alsnog de terugvordering aan te vechten. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De uitspraak heeft geen invloed op het verleende uitstel van betaling in verband met het onderzoek van de Belastingdienst naar de kinderopvangtoeslagaffaire.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot terugvordering van kinderbijslag wordt ongegrond verklaard.