De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige met complexe en meervoudige problematiek. De gecertificeerde instelling heeft aangegeven dat het noodzakelijk is om de situatie van de minderjarige en haar opvoedbehoefte verder in kaart te brengen om een veilig perspectief te kunnen bieden.
Tijdens de zitting op 28 april 2021 is de minderjarige gehoord en is het advies van de Raad voor de Kinderbescherming besproken. De moeder verzet zich niet tegen de verlenging van de uithuisplaatsing, maar wel tegen de duur ervan. Zij benadrukt dat de alcoholproblematiek in het verleden ligt en dat met begeleiding terugkeer mogelijk is.
De kinderrechter stelt vast dat de gronden voor uithuisplaatsing nog steeds aanwezig zijn, mede vanwege de genderproblematiek, zorgen over de seksuele en identiteitsontwikkeling, en het gebrek aan voldoende zicht op de opvoedsituatie thuis. De machtiging wordt daarom verlengd tot 7 december 2021, de duur van de ondertoezichtstelling, om de veiligheid en ontwikkeling van de minderjarige te waarborgen.