ECLI:NL:RBDHA:2021:5669
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid Chinese nationaliteit en terugkeer naar Kazachstan
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend met de stelling dat hij Chinese nationaliteit bezit en vanwege bedreigingen door de Chinese veiligheidsdienst China heeft verlaten. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij de Chinese nationaliteit bezit en wordt aangenomen dat hij de Kazachse nationaliteit heeft.
Eiser voerde aan dat hij niet in zijn voorkeurstaal (Oeigoers) is gehoord en dat het gebruik van een Mandarijntolk onzorgvuldig en misleidend was. De rechtbank oordeelt dat het Mandarijn een taal is die eiser voldoende beheerst voor het eenvoudige aanmeldgehoor en eerste gehoor, en dat verweerder niet onzorgvuldig heeft gehandeld.
Verder is verweerder terecht uitgegaan van de Kazachse nationaliteit van eiser, ondanks diens beweringen dat hij het Kazachse paspoort via corruptie verkreeg en niet daadwerkelijk staatsburger is. Het terugkeerbesluit voldoet aan de eisen omdat duidelijk is dat eiser naar Kazachstan moet terugkeren. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.