ECLI:NL:RBDHA:2021:5836
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag kinderbijslag over jaren negentig wegens termijnoverschrijding
Eiser diende een aanvraag in voor kinderbijslag over de jaren 1994 tot en met 1997 voor zijn zes kinderen. Verweerder, de Sociale Verzekeringsbank, wees deze aanvraag af omdat nabetaling van kinderbijslag wettelijk slechts mogelijk is tot maximaal één jaar terugwerkende kracht. Eiser stelde dat er nooit een beslissing was genomen op een eerdere aanvraag uit 1996 en dat op grond van beleidsregels een langere terugwerkende kracht mogelijk was.
De rechtbank overwoog dat verweerder geen dossierstukken meer had vanwege de bewaartermijn, maar uit het archief bleek dat er destijds afwijzende besluiten zijn genomen. Het feit dat eiser geen besluiten had ontvangen, betekent niet dat deze niet zijn genomen. De rechtbank oordeelde dat het risico van het ontbreken van stukken voor rekening van eiser komt, omdat hij pas na ruim 20 jaar navraag deed.
Verder is de bevoegdheid om in bijzondere gevallen een langere terugwerkende kracht toe te kennen per 1 januari 2016 vervallen. Hierdoor kon verweerder op basis van de aanvraag van 3 februari 2020 geen kinderbijslag toekennen over de periode 1994-1997. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag kinderbijslag over 1994-1997 wordt ongegrond verklaard.