De rechtbank Den Haag heeft op 26 mei 2021 uitspraak gedaan over de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen. De gecertificeerde instelling verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing in een gezinsgerichte voorziening, gevolgd door plaatsing bij de vader. De vader stemde in met het verzoek, terwijl de moeder zich hiertegen verzette.
De kinderrechter constateerde dat de gronden voor ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing nog aanwezig zijn, mede vanwege zorgen over de communicatie tussen ouders en het gedrag van de oudste minderjarige. Positieve stappen zijn gezet, maar verlenging is noodzakelijk om de plaatsing bij de vader te monitoren en de communicatie te verbeteren.
De kinderen gaven aan bij de vader te willen wonen. De moeder was het niet eens met de plaatsing bij de vader, maar de kinderrechter oordeelde dat het belang van de kinderen voorrang heeft. Daarom werd de ondertoezichtstelling verlengd tot 2 juni 2022, de machtiging tot uithuisplaatsing in een gezinsgerichte voorziening verlengd tot 17 juli 2021, en aansluitend machtiging verleend voor plaatsing bij de vader.
Ook werd bepaald dat de kinderen bij scholen in de buurt van de vader kunnen worden ingeschreven. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.