ECLI:NL:RBDHA:2021:5863
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens onvoldoende motivering door staatssecretaris
Eiser, een Jordaanse staatsburger, kreeg een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van 28 dagen en een inreisverbod van twee jaar opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Het terugkeerbesluit was gebaseerd op het gebruik van vervalste documenten, het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats en een eerdere veroordeling voor het bezit van een vervalst reisdocument.
Eiser betwistte de motivering van het inreisverbod, met name de afwijzing van zijn verzoek om het inreisverbod te verkorten of af te zien vanwege zijn familiebedrijf in Europa en de noodzaak om zijn zieke zus in Duitsland te ondersteunen. De rechtbank oordeelde dat het terugkeerbesluit terecht was genomen, maar dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de omstandigheden van eiser geen aanleiding vormden om het inreisverbod te verkorten of af te zien.
De rechtbank vernietigde daarom het deel van het besluit dat het inreisverbod betrof en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van eiser. De overige beroepsgronden werden niet verder behandeld vanwege het gegrond verklaren van het beroep op het motiveringsgebrek.
Uitkomst: Het inreisverbod is vernietigd wegens onvoldoende motivering; proceskosten zijn aan eiser toegekend.