ECLI:NL:RBDHA:2021:5866
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toegangsweigering op Schiphol wegens algemeen inreisverbod COVID-19 ongegrond verklaard
Eiseres, een Braziliaanse vrouw, reisde op 9 december 2020 naar Nederland om haar in Nederland wonende dochter met de Italiaanse nationaliteit te bezoeken. Bij aankomst op Schiphol werd haar de toegang geweigerd op grond van het algemeen inreisverbod dat sinds 19 maart 2020 geldt ter voorkoming van de verspreiding van COVID-19. Eiseres werd een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd en vertrok op 10 december 2020 weer uit Nederland.
Eiseres stelde dat zij onder uitzonderingscategorieën viel, zoals familielid van een EU-burger en op humanitaire gronden, vanwege de gezondheidstoestand van haar dochter. De staatssecretaris stelde dat zij niet aannemelijk had gemaakt afhankelijk te zijn van haar dochter en dat de gezondheidstoestand niet uitzonderlijk genoeg was voor een uitzondering. Ook werd aangevoerd dat artikel 8 EVRM Pro niet was geschonden omdat er geen sprake was van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.
De rechtbank oordeelde dat het aan eiseres was om aannemelijk te maken dat zij onder een uitzonderingscategorie viel en dat zij hierin niet slaagde. De uitzonderingscategorieën moeten restrictief worden geïnterpreteerd. De gezondheidstoestand van de dochter was niet terminaal en de situatie werd niet als uitzonderlijk aangemerkt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de toegangsweigering op grond van het algemeen inreisverbod COVID-19 wordt ongegrond verklaard.