ECLI:NL:RBDHA:2021:59
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige wegens onvoldoende bewijs duurzame middelen van bestaan
Eiser, een langdurig ingezetene van Italië, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning in Nederland onder de beperking 'arbeid als zelfstandige'. Hij trad toe als vennoot tot een vennootschap onder firma, maar verweerder wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs dat eiser duurzaam en zelfstandig voldoende middelen van bestaan verwerft.
Eiser heeft in bezwaar en beroep aanvullende stukken overgelegd, waaronder een verklaring van zijn boekhouder, omzetbelastingaangiften en een jaarrekening. Verweerder bleef echter van mening dat deze stukken onvoldoende zijn, onder meer vanwege het ontbreken van een vennootschapscontract en een gedegen ondernemingsplan met concrete en verifieerbare onderbouwing.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat de stukken onvoldoende zijn en dat eiser de benodigde bewijsstukken niet tijdig heeft overgelegd. De rechtbank volgt verweerder in zijn motivering en wijst het beroep af. Ook het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.