Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Egyptische nationaliteit, diende op 24 februari 2020 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublin-verordening. Nederland had een verzoek tot terugname bij Duitsland ingediend, dat door Duitsland werd aanvaard.
Eiser stelde dat verweerder ten onrechte geen uitstel had verleend voor het indienen van een zienswijze, mede vanwege de coronamaatregelen die contact met zijn gemachtigde bemoeilijkten. De rechtbank constateerde dat verweerder meerdere malen uitstel had verleend en dat eiser alsnog tijdig een zienswijze had ingediend. Ook was niet gebleken dat contact onmogelijk was.
Verder voerde eiser aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Duitsland niet meer kon gelden vanwege mishandeling in Duitsland, maar dit was onvoldoende onderbouwd. De rechtbank oordeelde dat het beroep ongegrond is en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.