ECLI:NL:RBDHA:2021:607
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning langdurig ingezetene wegens ontbreken ononderbroken rechtmatig verblijf
Eiser had een verblijfsvergunning voor verblijf bij zijn toenmalige partner, welke met terugwerkende kracht werd ingetrokken per 1 oktober 2018 vanwege het beëindigen van de relatie. Tegen deze intrekking heeft eiser geen rechtsmiddel aangewend.
Eiser vroeg op 30 april 2019 een verblijfsvergunning langdurig ingezetene aan, maar deze werd afgewezen omdat hij niet vijf jaar ononderbroken rechtmatig in Nederland verbleef op het moment van de aanvraag. De rechtbank oordeelt dat het toetsingsmoment het moment van aanvraag is, en niet een eerdere datum waarop eiser wel aan de voorwaarden voldeed.
Subsidiair stelde eiser dat de aanvraag als een verzoek om een verblijfsvergunning op humanitaire gronden moest worden beschouwd, maar dit werd niet gevolgd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst proceskosten af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van vijf jaar ononderbroken rechtmatig verblijf voorafgaand aan de aanvraag.