Uitspraak
REchtbank DEN Haag
[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster,
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag , verweerder
De Koninklijke Haagse Woningbouwvereniging 1854(vergunninghouder), te Den Haag
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om een omgevingsvergunning te verlenen voor het gedeeltelijk slopen en veranderen van een pand ten behoeve van de realisatie van 43 appartementen. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat het bouwplan onder meer het straatbeeld aantast, schade kan veroorzaken aan omliggende woningen, niet voldoet aan het bestemmingsplan en bezonningsnormen schendt.
De voorzieningenrechter overwoog dat het advies van de Welstands- en Monumentencommissie positief was en dat verzoekster geen deskundigenadvies had overgelegd ter onderbouwing van haar bezwaren. Ook achtte de rechter het bouwveiligheidsplan voldoende om schade aan omliggende woningen te voorkomen. Hoewel het bouwplan afwijkt van het bestemmingsplan, is dit wettelijk toegestaan via de kruimelgevallenregeling en binnenplanse afwijkingsmogelijkheid.
Verder concludeerde de voorzieningenrechter dat het bezonningsonderzoek van Wolf Dikken Adviseurs, dat specifiek op het bouwplan betrekking heeft, geen onaanvaardbare aantasting van bezonning oplevert. De parkeerdruk wordt gemonitord en privaatrechtelijk geregeld. Het verlies van uitzicht en mogelijke toename van huisvuil vormen geen grond voor voorlopige voorzieningen. Gelet op deze overwegingen is er geen sterke twijfel aan de rechtmatigheid van het besluit en is het spoedeisend belang onvoldoende om het verzoek toe te wijzen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor de bouw van 43 appartementen wordt afgewezen.