Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
Als derde-partijen nemen aan het geding deel:
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (het college);
(gemachtigde: mr. M.C. Remeijer-Schmitz).
[derde-partij, sub 2], te [woonplaats] , belanghebbende.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om opheffing toe, in die zin dat de bij uitspraak van 29 december 2020 getroffen voorlopige voorziening met ingang van heden wordt opgeheven;
- bepaalt dat het door verzoeker betaalde griffierecht van € 178,- door de griffier wordt teruggestort.