ECLI:NL:RBDHA:2021:6170
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Defensie om zijn verzoek tot contractverlenging af te wijzen. Vervolgens is eiser alsnog aangesteld in tijdelijke dienst per 1 januari 2022, waarna hij het beroep heeft ingetrokken. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verzocht eiser om een afzonderlijke uitspraak over de proceskostenveroordeling.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verweerder aan eiser is tegemoetgekomen, waardoor het beroep werd ingetrokken, en dat eiser proceskosten heeft gemaakt. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend tegen het verzoek om proceskostenveroordeling. De rechtbank heeft daarom besloten zonder zitting uitspraak te doen.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van de door eiser gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 534,- voor rechtsbijstand, en het betaalde griffierecht van € 178,-. Deze beslissing volgt uit de toepasselijke artikelen van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris van Defensie tot betaling van € 534,- aan proceskosten aan eiser.