ECLI:NL:RBDHA:2021:6209
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende toename beperkingen na eerstejaars beoordeling
Eiser, voormalig orderpicker, vroeg een Ziektewet-uitkering aan na toegenomen fysieke en psychische klachten. Verweerder wees de aanvraag af op grond dat eiser niet ongeschikt is voor de eerder geduide functies. De rechtbank beoordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht door een primaire arts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b).
De rechtbank oordeelde dat de klachten van eiser, waaronder neuropathische pijn en PTSS, weliswaar aanwezig zijn maar niet zodanig zijn toegenomen dat dit leidt tot meer beperkingen dan bij de eerstejaars ZW-beoordeling. De medische rapporten en observaties ondersteunen dit oordeel. Ook het vermeende claimgedrag en de psychische problematiek rechtvaardigen geen andere conclusie.
De rechtbank verwierp het verweer dat het onderzoek onzorgvuldig was omdat het niet door een verzekeringsarts was uitgevoerd en dat de verzekeringsarts b&b onjuist had getoetst. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiser heeft geen recht op voortzetting van de Ziektewet-uitkering per 12 maart 2019.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de Ziektewet-uitkering is ongegrond verklaard omdat geen sprake is van een toename van beperkingen die rechtvaardigt dat eiser niet kan werken.