ECLI:NL:RBDHA:2021:6210
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering herziening WW-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiseres had een WW-uitkering aangevraagd na beëindiging van haar dienstverband bij NL Baan B.V. Het UWV weigerde de uitkering uit te betalen omdat eiseres verwijtbaar werkloos was, aangezien zij zelf ontslag had genomen. Dit besluit werd in rechte onherroepelijk nadat eiseres geen rechtsmiddelen had aangewend.
Eiseres diende later een nieuwe aanvraag in en verzocht om herziening van het eerdere besluit, stellende dat zij door de werkgever was ontslagen en dus recht had op de uitkering. De rechtbank oordeelde dat de door eiseres aangevoerde vaststellingsovereenkomst en verklaringen van de werkgever geen nieuwe feiten vormden, omdat deze al bij de eerste aanvraag bekend waren.
De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht niet terugkwam op het eerdere besluit en dat de afwijzing van de aanvraag niet evident onredelijk was. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van herziening van de WW-uitkering wordt ongegrond verklaard.