ECLI:NL:RBDHA:2021:6266

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 juni 2021
Publicatiedatum
17 juni 2021
Zaaknummer
SGR 20/4839
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Stcrt Besluit van de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 4 december 2012ECLI:NL:CRVB:2008:BC1102
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen terugvordering subsidie Private Sector Investeringsprogramma wegens niet behaalde projectdoelen

Eiseres heeft subsidie ontvangen voor een viskweekproject in Pakistan, gefinancierd uit het Private Sector Investeringsprogramma (PSI). Verweerder stelde de subsidiabele kosten vast op een lager bedrag dan oorspronkelijk toegekend en vorderde een deel van de subsidie terug. Eiseres betwistte dit en stelde dat zij aan de subsidievoorwaarden had voldaan en een goed functionerende viskwekerij had opgeleverd.

De rechtbank oordeelde dat het project niet het beoogde PSI-doel van duurzame economische ontwikkeling en armoedevermindering had bereikt. Het recirculatiesysteem functioneerde niet naar behoren, en de productie van de vissoort Channa was problematisch, waardoor het project uiteindelijk werd beëindigd. Eiseres had het eindrapport ondertekend waarin deze tekortkomingen werden bevestigd.

De rechtbank vond dat verweerder terecht de subsidie deels had teruggevorderd en dat de individuele omstandigheden van eiseres voldoende waren meegewogen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank wees erop dat zij niet over het incassotraject oordeelde en dat de terugvordering inclusief rente en incassokosten zou plaatsvinden.

Het beroep was tijdig en ontvankelijk, ondanks dat het bestreden besluit niet aangetekend was verzonden. De rechtbank benadrukte dat eiseres zelf verantwoordelijk was voor het opstellen van een correct eindrapport en dat de door eiseres aangevoerde verwarring en misverstanden dit niet konden rechtvaardigen.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de terugvordering van een deel van de subsidie wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 20/4839

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 juni 2021 in de zaak tussen

[eiseres] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. E.A. Kazzaz-de Hoog),
en

de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, verweerder

(gemachtigde: mr. M.W. Schilperoort).

Procesverloop

Bij besluit van 17 januari 2020 heeft verweerder de aan eiseres verstrekte subsidie vastgesteld op € 523.480,-.
Bij besluit van 21 juni 2020 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Eiseres heeft een nader stuk ingediend.
De rechtbank heeft voorafgaand aan de zitting schriftelijk vragen aan verweerder gesteld. De vragen staan in de bijlage.
De zitting was op 18 mei 2021 via een Skypeverbinding. Eiseres was vertegenwoordigd door [A] , directeur, bijgestaan door de gemachtigde. Verweerder was vertegenwoordigd door mr. M.W. Schilperoort. Ook drs. E.N. Huntjes, projectadviseur bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), was aanwezig.

Overwegingen

Waar gaat deze zaak over?
1. Eiseres is met een lokale projectpartner in Pakistan een
joint venturegestart om daar een vissoort te kweken (project). Hiervoor heeft zij subsidie aangevraagd uit het Private Sector Investeringsprogramma (PSI). Bij besluit van 21 juni 2013 heeft verweerder de subsidiabele kosten vastgesteld op € 1.352.145,-. De verleende subsidie is 60% van dat bedrag, dus € 811.287.
2. In augustus 2019 hebben eiseres en de lokale projectpartner hun eindrapport opgesteld (eindrapport). Verweerder heeft in dit rapport reden gezien om de subsidiabele kosten vast te stellen op € 872.467,-. De vastgestelde subsidie is 60% van dat bedrag, dus € 523.480,-. Volgens verweerder moet eiseres € 206.678,- terugbetalen.
Wat vinden partijen in beroep?
3. Eiseres is van mening dat zij wel aan de subsidievoorwaarden heeft voldaan. Zij heeft een goed werkende viskwekerij opgeleverd. Ook het recirculatiesysteem, bedoeld om het water te zuiveren en te conditioneren voor de viskweek, functioneerde. De tegenslag van het kweken van Channa, die kannibalistisch bleek te zijn, heeft eiseres goed opgepakt door over te stappen op kleine karpers en tilapia. Verder zijn er in de contacten met verweerder misverstanden en verwarring ontstaan die eiseres niet kunnen worden verweten.
4. Verweerder heeft gemotiveerd op het beroep gereageerd. Hij blijft bij wat er in het bestreden besluit staat.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
Ambtshalve: Ontvankelijkheid van het beroep
5. Vaststaat dat verweerder het bestreden besluit niet aangetekend heeft verzonden. In dat besluit staat 20 april 2020 als verzenddatum. Die datum blijkt ook uit een uitdraai van het Basis Administratie Systeem van verweerder. Op vragen van de rechtbank heeft verweerder aangegeven dat dit systeem geen verzendadministratie is, maar een intern computersysteem. Met zo’n computersysteem kan verweerder de verzending naar het juiste adres van eiseres niet aannemelijk maken. Hij houdt ook geen andere verzendregistratie bij. De rechtbank gaat er daarom van uit dat eiseres het bestreden besluit eerst op 12 juni 2020 heeft ontvangen. Zij heeft vervolgens op 17 juli 2020 beroep ingesteld. Het beroep is tijdig en ontvankelijk. [1]
Inhoudelijk
6. Het doel van het PSI is het stimuleren van duurzame economische ontwikkeling door significant vernieuwende investeringen in de private sector in ontwikkelingslanden te stimuleren. Hiermee wordt beoogd een relevante en positieve bijdrage te leveren aan zelfredzaamheid en armoedevermindering door het creëren van economische bedrijvigheid, werkgelegenheid en inkomensverbetering. Een PSI-project is een investeringsproject dat wordt uitgevoerd door een Nederlandse of buitenlandse onderneming in samenwerking met een lokale onderneming in één van de ontwikkelingslanden waarvoor het PSI is opengesteld. PSI subsidieert het project, dat bestaat uit zowel hardware (denk aan machines) als technische assistentie (denk aan training en projectmanagement). [2] Projecten die vanuit dit programma worden gesubsidieerd, zoals dat van eiseres, moeten het PSI-doel behalen.
7. In het eindrapport staat het volgende (overgenomen in het Engels): “
[D]ue to unclear reasons the project has suffered from complications in Channa fish production. Several batches of fingerlings have not survived, so the partners have been looking into these problems. [..] As the RAS facility[de rechtbank begrijpt: het recirculatiesysteem]
continued to suffer from complications in Channa fish production, in spite of repeated and prolonged technical and management assistance and training from Hesy and other parties, the partners decided to terminate the project after consultation with RVO. [..] As concluded above, the RAS system has not been functioning properly. [..] The partners are not sure which has caused the RAS system not to function properly. As the exact reason is not known, it is difficult to draw any lessons from this. [..]
8. Op basis hiervan is de rechtbank met verweerder van oordeel dat het project van eiseres niet aan het PSI-doel voldoet. Er is immers geen duurzame economische ontwikkeling tot stand gekomen die een relevante en positieve bijdrage levert aan zelfredzaamheid en armoedevermindering in Pakistan. De stelling van eiseres op zitting dat de consultant die het eindrapport heeft geschreven een verkeerde woordkeuze heeft gebruikt, brengt de rechtbank niet op andere gedachten. Eiseres heeft immers zelf op de hoorzitting in bezwaar gezegd dat dat er geen productie van vis mogelijk was door verschillende problemen. [3] Bovendien is het de verantwoordelijkheid van eiseres en de lokale onderneming om een correct eindrapport op te stellen. Vaststaat dat eiseres het eindrapport heeft ondertekend. Tegen deze achtergrond kunnen de overstap van Channa op karpers en tilapia en de verwarring en misverstanden, wat daar ook van zij, niet tot het ermee beoogde doel leiden. Verweerder was dan ook bevoegd om de volledige subsidie terug te vorderen. In plaats daarvan heeft hij ervoor gekozen een gedeelte terug te vorderen. De rechtbank vindt dat verweerder hiermee voldoende rekening heeft gehouden met de individuele omstandigheden van eiseres. De in beroep overgelegde nadere stukken leiden niet tot verlaging van het bedrag dat eiseres moet terugbetalen. Die waren immers al bij verweerder bekend. Op de zitting heeft verweerder aangegeven dat hij de stukken niet als facturen heeft geaccepteerd, omdat het om
sales ordersof onduidelijke stukken gaat.
9. Op de zitting hebben partijen nog gesproken over het incassotraject. De rechtbank heeft benadrukt dat zij hier niet over gaat. Verweerder heeft gezegd dat de genoemde totale kosten van € 251.973,- zullen worden teruggebracht tot het oorspronkelijke terugvorderingsbedrag van € 206.678,-. Bij dat laatste bedrag zullen nog wel rente en incassokosten worden opgeteld.
Conclusies
10. Het beroep is ongegrond.
11. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Dit is de uitspraak van mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Nobel, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2021.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een hogerberoepschrift. U moet dit hogerberoepschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

BIJLAGE

Schriftelijke vragen aan verweerder

Op 18 mei 2021 is de Skypezitting in de zaak tussen [eiseres] B.V. en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Op de zitting zal de rechtbank ingaan op de ontvankelijkheid van het beroep en op de inhoud daarvan.
De rechtbank wil door RVO over het volgende nader worden geïnformeerd. Zij ontvangt een schriftelijke reactie graag zo spoedig mogelijk, maar in elk geval voorafgaand aan de zitting.
RVO heeft een standpunt ingenomen over de ontvankelijkheid van het beroep. Hij heeft hiervoor een uitdraai overgelegd van zijn Basis Administratie Systeem (BAS). Volgens RVO blijkt hieruit dat de ondertekende versie van het besluit van 20 april 2020 op diezelfde datum is verzonden. De rechtbank gaat ervan uit dat RVO dit besluit niet aangetekend heeft verzonden. Zij heeft de volgende vragen:
1. Wat is het BAS? Is dit een verzendadministratie of een intern computersysteem? Of iets anders?
2. Hoe blijkt uit het BAS dat het besluit van 20 april 2020 op die datum naar het juiste adres van [eiseres] B.V. (dat wil dus zeggen: Bovendijk 35-Z, 2295 RV Kwintsheul) is verzonden?
3. Als het BAS een intern computersysteem is: Kan RVO een andere verzendregistratie overleggen?

Voetnoten

1.Vgl. de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 2 januari 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BC1102.
2.Besluit van de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 4 december 2012 tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor het Private Sector Investeringsprogramma (
3.Verslag van de hoorzitting van 25 maart 2020, p. 2 van 3.