ECLI:NL:RBDHA:2021:6293

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 juni 2021
Publicatiedatum
18 juni 2021
Zaaknummer
AWB 20/9055
Type
Uitspraak
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hersteluitspraak intrekking voorlopige voorziening vreemdelingenrecht

In deze bestuursrechtelijke zaak inzake vreemdelingenrecht heeft de rechtbank Den Haag op 14 juni 2021 een hersteluitspraak gedaan. De zaak betrof een verzoeker tegen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Op 2 juni 2021 was reeds een uitspraak gedaan, maar gebleken is dat de voorlopige voorziening waarop deze uitspraak betrekking had, al op 2 april 2021 was ingetrokken.

Daarom heeft de rechtbank geoordeeld dat de uitspraak van 2 juni 2021 als niet gedaan moet worden beschouwd. Deze hersteluitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager in aanwezigheid van griffier G. de Keuning. De beslissing is in het openbaar uitgesproken en partijen zijn geïnformeerd.

De procedure betreft een enkelvoudige zitting in eerste aanleg bij de rechtbank Den Haag, locatie Middelburg, onder zaaknummer AWB 20/9055. De hersteluitspraak zorgt voor duidelijkheid over de status van de eerdere uitspraak en bevestigt dat de intrekking van de voorlopige voorziening de procedure heeft beëindigd.

Uitkomst: De uitspraak van 2 juni 2021 wordt als niet gedaan beschouwd vanwege intrekking van de voorlopige voorziening op 2 april 2021.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: AWB 20/9055
V-nummer: [Nummer]

uitspraak van de voorzieningenrechter voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen

[Naam] , verzoeker,

gemachtigde: mr. E. Derksen,
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

verweerder.
Op 2 juni 2021 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in bovengenoemde zaak.
Gebleken is thans dat de voorlopige voorziening reeds op 2 april 2021 is ingetrokken.
De uitspraak van 2 juni 2021 dient derhalve als niet gedaan te worden beschouwd.
Deze hersteluitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van G. de Keuning, griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2021.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op: