ECLI:NL:RBDHA:2021:6321
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing doelgroepverklaring loonkostenvoordeel wegens te late aanvraag
Eiser trad op 1 september 2019 in dienst bij een werkgever en diende op 23 december 2019 een aanvraag in voor een doelgroepverklaring loonkostenvoordeel voor oudere werknemers. Verweerder wees deze aanvraag af omdat deze niet binnen de wettelijk gestelde termijn van drie maanden na aanvang van het dienstverband was ingediend. Eiser maakte bezwaar, dat werd ongegrond verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank bevestigde dat de aanvraag te laat was ingediend en dat de wettelijke termijn strikt geldt om te voorkomen dat loonkostenvoordelen met terugwerkende kracht worden toegekend. De stelling van eiser dat medewerkers van verweerder telefonisch hadden toegezegd dat de doelgroepverklaring toch zou worden toegekend, werd niet aannemelijk geacht. De rechtbank oordeelde dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt omdat er geen concrete toezeggingen zijn gedaan die redelijkerwijs tot vertrouwen mochten leiden.
Verder maakte het feit dat de werkgever een kleine organisatie zonder HR-afdeling is en dat verweerder eiser niet actief op de regeling heeft gewezen, geen verschil. De wettelijke voorschriften verplichten tot afwijzing bij niet-tijdige aanvraag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de doelgroepverklaring wegens te late aanvraag.