ECLI:NL:RBDHA:2021:6330
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J-P.R. van den Berg
- Rechtspraak.nl
Geen vrijstelling onroerende-zaakbelasting voor personeelslid Europees Octrooibureau
Eiser, een personeelslid van het Europees Octrooibureau (EPO) te Rijswijk, maakte bezwaar tegen een aanslag onroerende-zaakbelasting eigenaren (OZBE) voor het jaar 2020 op zijn woning. Hij stelde dat hij vrijgesteld moest worden van deze belasting op grond van zijn functie bij het EPO en dat het onderscheid naar nationaliteit een verboden beperking van het vrije verkeer van werknemers binnen de EU vormt.
De rechtbank oordeelde dat het EPO en het hoofd van het EPO in beginsel vrijgesteld zijn van OZBE, maar dat overige personeelsleden, waaronder eiser, niet zijn vrijgesteld. Deze positie is vastgelegd in de Zetelovereenkomst en de Regeling diplomatieke en internationale vrijstellingen gemeentelijke belastingen 1997, waarin alleen vertegenwoordigingen van andere mogendheden en hun hoofden vrijstelling genieten.
Omdat alle personeelsleden van het EPO zonder onderscheid naar nationaliteit aan de OZBE zijn onderworpen, zag de rechtbank geen aanleiding om de stelling van eiser over een verboden beperking van het vrije verkeer te behandelen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de aanslag OZBE wordt ongegrond verklaard en de vrijstelling wordt niet toegekend.