ECLI:NL:RBDHA:2021:6346
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing optieverklaring op grond van verlies Nederlandse nationaliteit door moeder
Eiser, woonachtig in Israël, verzocht om bevestiging van zijn optieverklaring om Nederlander te worden, stellende dat zijn moeder een succesvolle optieverklaring had kunnen doen omdat haar moeder (de oma van eiser) bij haar geboorte de Nederlandse nationaliteit zou hebben gehad.
De minister van Buitenlandse Zaken weigerde dit en handhaafde dit besluit in bezwaar. De rechtbank oordeelde dat de grootmoeder van eiser, die oorspronkelijk Nederlands was, tijdens haar huwelijk met een staatloze man in 1948 automatisch de Israëlische nationaliteit verkreeg en daardoor de Nederlandse nationaliteit verloor. Dit gebeurde vóór de geboorte van de moeder van eiser in 1953.
De rechtbank verduidelijkte dat de term 'staande het huwelijk' in artikel 5, tweede lid, WNI betekent 'tijdens het huwelijk' en niet alleen op de huwelijksdatum. Hierdoor had de grootmoeder bij de geboorte van haar dochter geen Nederlandse nationaliteit meer, waardoor de moeder van eiser geen succesvolle optieverklaring kon doen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de rechtbank wees ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel af, omdat dit geen reden is om een wettelijke bepaling buiten toepassing te laten.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat zijn moeder bij haar geboorte geen Nederlandse nationaliteit had.