Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 juni 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
27 januari 2021 naar de administratie van de rechtbank gebeld om te vragen of het beroepschrift ontvangen was. Toen dit niet het geval bleek te zijn, heeft eiser zijn beroepschrift diezelfde dag per e-mail bij de rechtbank ingediend. Ter onderbouwing van zijn stelling dat hij het beroepschrift op 15 januari 2021 op de post heeft gedaan, heeft eiser twee handgeschreven verklaringen, van zijn moeder en zijn partner, overgelegd. Daarnaast heeft eiser een kopie van de door hem op 15 februari 2021 bij PostNL ingediende klacht ingediend. Ten slotte heeft eiser ter zitting nogmaals een kopie van zijn klacht, een e-mail van een klantenservicemedewerker van PostNL van 26 februari 2021, een verklaring van mevrouw [A] van [bedrijf] van 4 juni 2021 en een foto van de brievenbus waarin hij zijn beroepschrift heeft gedaan, overgelegd.
Beslissing
mr. R.A.E. Bach, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 14 juni 2021.