ECLI:NL:RBDHA:2021:6454
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming schoolkosten driejarige dochter defensiepersoneel in Duitsland
Eiser, een defensieambtenaar geplaatst op de vliegbasis Ramstein in Duitsland, vroeg een tegemoetkoming in de schoolkosten voor zijn driejarige dochter die onderwijs volgt aan de British School St. Davids. Verweerder wees de aanvraag af omdat het onderwijs niet voldeed aan de eis van voltijds kleuteronderwijs en het niet gebruikelijk is dat driejarigen in Rheinland-Pfalz kleuteronderwijs volgen.
Eiser voerde aan dat het volgen van kleuteronderwijs door driejarigen in de deelstaat Rheinland-Pfalz wel gebruikelijk is en dat hij onjuist is voorgelicht, waardoor hij mocht vertrouwen op een tegemoetkoming. De rechtbank oordeelde dat verweerder redelijkerwijs mocht aannemen dat het onderwijs niet voldeed aan de voorwaarden en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat er geen concrete toezegging was gedaan.
Ook de toepassing van de hardheidsclausule in artikel 28 van Pro het VBD werd verworpen omdat de situatie in de regelgeving was voorzien. Wel werd verweerder veroordeeld tot betaling van een immateriële schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bestuursrechtelijke procedure, en tot vergoeding van proceskosten ad €262,50.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de dochter van eiser geen recht heeft op vergoeding van de schoolkosten op grond van het VBD. De uitspraak werd gedaan door rechter G.P. Kleijn op 29 juni 2021.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de tegemoetkoming in schoolkosten wordt afgewezen, met een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding redelijke termijn.