ECLI:NL:RBDHA:2021:6461
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar omgevingsvergunning
Eiseres heeft op 14 november 2017 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het veranderen van een pand naar twee winkelunits. Verweerder stelde deze aanvraag op 12 januari 2018 buiten behandeling. Eiseres maakte hiertegen bezwaar op 22 februari 2018. Omdat verweerder niet tijdig op het bezwaar heeft beslist, stelde eiseres verweerder bij brief van 7 augustus 2020 in gebreke en diende op 15 april 2021 beroep in wegens het niet tijdig beslissen.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn van twaalf weken, die zou zijn verstreken op 18 mei 2018, ruimschoots is overschreden. Verweerder heeft het advies van de adviescommissie overgenomen om het besluit te herroepen en de aanvraag alsnog in behandeling te nemen, maar heeft geen concrete datum genoemd voor een besluit. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen op het bezwaar.
Daarnaast stelt de rechtbank de door verweerder verbeurde dwangsom vast op €1.442,- voor de periode van 22 augustus tot en met 3 oktober 2020. Voor elke dag dat verweerder na de uitspraak te laat beslist, geldt een dwangsom van €100,- met een maximum van €15.000,-. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, dwangsom vastgesteld en verweerder opgedragen binnen twee weken een besluit te nemen.