Eiser heeft op 15 april 2021 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag, die oorspronkelijk op 12 juni 2018 werd ingediend. Eerder was al een beroep gegrond verklaard wegens dezelfde reden, waarbij de rechtbank verweerder opdroeg binnen zestien weken een besluit te nemen en een dwangsom oplegde.
Verweerder heeft in het verweerschrift toegelicht dat capaciteitsproblemen en de coronacrisis tot achterstanden leiden, maar verzoekt om een nieuwe beslistermijn van acht weken. De rechtbank constateert dat deze termijn al deels verstreken is en dat de 21 maanden termijn uit de Procedurerichtlijn ruimschoots is overschreden.
De rechtbank oordeelt dat verweerder een hogere dwangsom van € 200 per dag moet betalen bij overschrijding van de nieuwe beslistermijn, met een maximum van € 7.500, vanwege het herhaaldelijk niet tijdig beslissen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 24 juni 2021 door rechter K.M. de Jager. Eiser kan binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.