ECLI:NL:RBDHA:2021:6489

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 juni 2021
Publicatiedatum
24 juni 2021
Zaaknummer
AWB 20/4712
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:2 AwbArt. 6:22 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens covid-19 en schending hoorplicht

Eiseres, met de Keniaanse nationaliteit, vroeg op 16 januari 2020 een visum voor kort verblijf aan om haar partner in Nederland te bezoeken. De Minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van het doel en de omstandigheden van het verblijf en twijfel over terugkeerintentie.

Het bezwaar van eiseres werd ongegrond verklaard met verwijzing naar tijdelijke covid-19 reisbeperkingen voor niet-essentiële reizen naar de EU. Eiseres stelde enkel dat de hoorplicht was geschonden omdat het bestreden besluit op een andere grondslag was gebaseerd dan in eerste instantie.

De rechtbank constateerde dat de hoorplicht inderdaad was geschonden omdat eiseres niet over de nieuwe grondslag was gehoord. Echter, omdat eiseres geen beroep deed op de mogelijke uitzonderingscategorie voor familiebezoek, was zij niet in haar belangen geschaad. Het gebrek kon daarom worden gepasseerd volgens artikel 6:22 Awb Pro.

Het beroep werd ongegrond verklaard. De rechtbank veroordeelde de verweerder wel in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €1.068,-. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt ongegrond verklaard ondanks schending van de hoorplicht.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam, locatie Dordrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 20/4712

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juni 2021 in de zaak tussen

[naam eiseres] , eiseres,

V-nummer: [V-nummer]
gemachtigde: mr. C.N. Noordzee,
en

de Minister van Buitenlandse Zaken, verweerder,

gemachtigde: mr. L.T. Krabbenborg.

Procesverloop

Bij besluit van 23 januari 2020 (afwijzing) heeft verweerder de aanvraag eiseres tot het verlenen van een visum voor kort verblijf afgewezen.
Bij besluit van 18 mei 2020 (beslissing op bezwaar) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen de afwijzing ongegrond verklaard.
Eiseres heeft op 10 juni 2020 hiertegen beroep ingesteld.
Eiseres heeft op 27 juli en 2 september 2020 nadere stukken overgelegd
Verweerder heeft op 31 mei 2021 een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 juni 2021. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Tevens is verschenen referent, [naam partner eiseres] .

Overwegingen

1. Eiseres is geboren op [geboortedatum] en heeft de Kenyaanse nationaliteit. Op 16 januari 2020 heeft zij een visum voor kort verblijf aangevraagd met als doel het bezoeken van haar partner, tevens referent, in Nederland.
2. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf onvoldoende waren aangetoond. Ook was de informatie die is verstrekt met betrekking tot het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf niet betrouwbaar. Verder had eiseres, aldus verweerder, haar voornemen om terug te keren naar Kenia onvoldoende duidelijk gemaakt. Het bezwaar van eiseres heeft verweerder ongegrond verklaard omdat door de COVID-19-pandemie tijdelijk beperkingen gelden ten aanzien van niet-essentiële reizen naar de Europese Unie (EU) ter bescherming van de volksgezondheid.
3. Eiseres heeft ter zitting te kennen gegeven dat zij alleen de beroepsgrond handhaaft dat verweerder de hoorplicht heeft geschonden. Nu verweerder de afwijzing van de visumaanvraag in het bestreden besluit op een andere grondslag heeft gebaseerd was hij gehouden om eiseres in bezwaar te horen.
3.1.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder de in artikel 7:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vermelde hoorplicht heeft geschonden. Het bestreden besluit is volledig gebaseerd op een andere grondslag. Het had mede uit het oogpunt van zorgvuldigheid op de weg van verweerder gelegen eiseres (al dan niet via een schriftelijke ronde) over de nieuwe grondslag te horen. Uit de aanvraag of uit het bezwaar kan niet worden afgeleid of eiseres onder een van de uitzonderingscategorieën op het inreisverbod valt. Er is immers ook een uitzonderingscategorie die verband houdt met familiebezoek. Familiebezoek is het doel waarvoor eiseres het visum heeft aangevraagd. Op voorhand kon dan ook niet worden gesteld dat horen zinloos zou zijn. Eiseres had een beroep op die uitzondering kunnen inbrengen tegen de weigering op de nieuwe grondslag.
3.2.
Referent heeft ter zitting de gelegenheid gehad om een mondelinge toelichting te geven. Daaruit is niet naar voren gekomen dat eiseres een beroep doet op die uitzonderingscategorie. Dat betekent dat eiseres niet is benadeeld door de omstandigheid dat zij niet in de bezwaarfase is gehoord. Naar het oordeel van de rechtbank is daarom sprake van een gebrek dat met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Awb kan worden gepasseerd.
4. Het beroep is ongegrond.
5. Omdat eiseres terecht heeft gesteld dat de hoorplicht is geschonden, ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.068,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 534,-).

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.068,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Hameete, rechter, in aanwezigheid van mr. D.J. Bes, griffier. Deze uitspraak is in het openbaar gedaan op 24 juni 2021.
De griffier en de rechter zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.