Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de dagvaarding van19 april 2021, met producties;
- de conclusie van antwoord in het incident.
Rechtbank Den Haag
In deze civiele procedure heeft Rayman B.V. een incident ingediend om de hoofdzaak, een vrijwaringszaak, te verwijzen naar de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht. Deze zaak betreft een samenvoeging met een andere aanhangige procedure tussen Stichting De Opbouw en Rayman.
De rechtbank Den Haag overweegt dat op grond van artikel 216 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de rechter die de hoofdzaak behandelt exclusief relatief bevoegd is om kennis te nemen van een vordering tot vrijwaring. De rechtbank is ambtshalve op de hoogte dat de bedoelde hoofdzaak op 12 mei 2021 is ingediend bij de rechtbank Midden-Nederland.
De rechtbank wijst de incidentele vordering toe en verwijst de zaak naar de rechtbank Midden-Nederland. Omdat geen partij in het ongelijk wordt gesteld, worden de proceskosten gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitgesproken door rechter A.M. Voorwinden op 16 juni 2021.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verwijzing toe en verwijst de zaak naar de rechtbank Midden-Nederland met compensatie van proceskosten.