Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de dagvaarding tevens houdende de incidentele vordering tot zaaksvoeging, met producties;
- de conclusie van antwoord in het incident.
Rechtbank Den Haag
In deze civiele procedure vordert eiser incidenteel dat twee aanhangige zaken bij de rechtbank Den Haag worden samengevoegd. De oudere zaak betreft een geschil tussen [X] en AvE Ontwikkeling over een overeenkomst inzake het vastgoedproject Bellevue, waarbij AvE Ontwikkeling ontwikkelrechten heeft verkregen en [X] een vergoeding van 10% van het positieve resultaat vordert. De jongere zaak is ingesteld door eiser, die stelt de overeenkomst te hebben gesloten met AvE Ontwikkeling in plaats van [X].
De rechtbank overweegt dat voeging van zaken slechts mogelijk is indien sprake is van verknochtheid zoals bedoeld in artikel 222 Rv Pro, namelijk identieke of samenhangende feitelijke of juridische geschilpunten die consistentie van uitspraken vereisen. De rechtbank concludeert dat de vordering in de jongere zaak afhankelijk is van de uitkomst van de oudere zaak en dat tegenstrijdige uitspraken daardoor niet te verwachten zijn.
Daarom ontbreekt een rechtens te respecteren belang bij voeging. De incidentele vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident. De hoofdzaak wordt verwezen naar een rolzitting voor verdere behandeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst de incidentele vordering tot voeging af wegens het ontbreken van verknochtheid tussen de zaken.