ECLI:NL:RBDHA:2021:6521
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing en herziening persoonsgebonden budget wegens onvoldoende medewerking aan onderzoek
Eiser, bekend met psychiatrische problematiek, vroeg een persoonsgebonden budget (pgb) aan op grond van de Wmo 2015. Na diverse besluiten, waaronder een toekenning en opschorting van het pgb, weigerde eiser mee te werken aan een onderzoek dat noodzakelijk was voor de beoordeling van zijn aanvraag. Hierdoor werd het pgb terecht herzien en uiteindelijk afgewezen.
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van besluiten en tegen de inhoudelijke besluiten zelf. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende medewerking had verleend door niet op de onderzoekafspraak te verschijnen zonder geldige medische of andere onderbouwing. Dit rechtvaardigde de herziening en afwijzing van het pgb.
De rechtbank vond echter dat de motivering van de herziening in het bestreden besluit onvoldoende was, waardoor dit besluit deels werd vernietigd. Daarnaast stelde de rechtbank vast dat de dwangsom wegens het niet tijdig beslissen te laag was vastgesteld en verhoogde deze naar €1.281,-. Tot slot werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard, het besluit tot herziening van het pgb deels vernietigd en de dwangsom verhoogd naar €1.281,-.