Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
uitspraak van de voorzieningenrechter voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen
[Naam] , verzoeker,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
In deze bestuursrechtelijke vreemdelingenzaak heeft de verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om de uitzetting op te schorten totdat op het lopende beroep zou zijn beslist. De voorzieningenrechter overweegt dat op 3 juni 2021 het beroep in de hoofdzaak is afgehandeld, waardoor het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk ongegrond is.
De voorzieningenrechter baseert zijn beslissing op artikel 8:81 en Pro artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Er is geen sprake van connexiteit tussen de procedures die een voorlopige voorziening zou rechtvaardigen.
Daarom wordt het verzoek afgewezen en is er geen aanleiding om de uitzetting op te schorten. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is geanonimiseerd gepubliceerd.
De beslissing is genomen door voorzieningenrechter K.M. de Jager, met griffier G. de Keuning aanwezig. De uitspraak is bekendgemaakt op 21 juni 2021.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de uitzetting wordt afgewezen omdat het beroep reeds is beslist.