ECLI:NL:RBDHA:2021:6553

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 juni 2021
Publicatiedatum
28 juni 2021
Zaaknummer
AWB 20/2701
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzetting in vreemdelingenzaak

In deze bestuursrechtelijke vreemdelingenzaak heeft de verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om de uitzetting op te schorten totdat op het lopende beroep zou zijn beslist. De voorzieningenrechter overweegt dat op 3 juni 2021 het beroep in de hoofdzaak is afgehandeld, waardoor het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk ongegrond is.

De voorzieningenrechter baseert zijn beslissing op artikel 8:81 en Pro artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Er is geen sprake van connexiteit tussen de procedures die een voorlopige voorziening zou rechtvaardigen.

Daarom wordt het verzoek afgewezen en is er geen aanleiding om de uitzetting op te schorten. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is geanonimiseerd gepubliceerd.

De beslissing is genomen door voorzieningenrechter K.M. de Jager, met griffier G. de Keuning aanwezig. De uitspraak is bekendgemaakt op 21 juni 2021.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de uitzetting wordt afgewezen omdat het beroep reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 20/2701
V-nummer: [Nummer]

uitspraak van de voorzieningenrechter voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen

[Naam] , verzoeker,

gemachtigde mr. J.J. Bronsveld,
tegen

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

verweerder.

Overwegingen

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak buiten zitting.
De voorzieningenrechter is verzocht om hangende beroep in de procedure met zaaknummer AWB 20/2700 te bepalen dat verweerder de uitzetting van verzoeker achterwege dient te laten, totdat op het beroep is beslist.
In het onderhavige geval is er geen aanleiding tot het treffen van de gevraagde voorziening, nu op 3 juni 2021 op het beroep is beslist. Het verzoek is kennelijk ongegrond en wordt daarom afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van G. de Keuning, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekend gemaakt op 21 juni 2021.
Afschrift verzonden op: