ECLI:NL:RBDHA:2021:6564
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas en onvoldoende vrees voor vervolging
Eiser, een Bangladeshi van lagere kaste, verzocht asiel vanwege vermeende discriminatie, bedreiging door familie van een overleden vriendin en vervolging door autoriteiten. Hij stelde dat hij vanwege zijn kaste, relatie en niet-naleving van islamitische regels gevaar liep.
De rechtbank oordeelde dat de identiteit en nationaliteit van eiser geloofwaardig waren, maar zijn verhaal over de relatie met de overleden vrouw en de rechtszaken ongeloofwaardig was vanwege summiere en tegenstrijdige verklaringen en het ontbreken van bewijsstukken.
Daarnaast was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat eiser in Bangladesh zodanig wordt vervolgd dat hij niet kan functioneren in de samenleving. Zijn problemen met religieuze naleving betroffen vooral dorpelingen en waren onvoldoende zwaarwegend.
De rechtbank concludeerde dat het asielrelaas niet geloofwaardig was en dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging had. Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig asielrelaas en onvoldoende gegronde vrees voor vervolging.