ECLI:NL:RBDHA:2021:6568
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot strafonderbreking wegens onuitzetbaarheid vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
Eiser, een Syriër zonder rechtmatig verblijf in Nederland, is veroordeeld tot 48 maanden gevangenisstraf en verzoekt om strafonderbreking op grond van artikel 40a van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting (Rtvi).
De Minister van Rechtsbescherming wees het verzoek af omdat eiser niet kan worden uitgezet naar Syrië vanwege het onveilige karakter van dat land en ook geen verblijfsrecht in een derde land heeft weten te verkrijgen. De RSJ verklaarde het beroep van eiser ongegrond, stellende dat strafonderbreking alleen mogelijk is als daadwerkelijk vertrek uit Nederland mogelijk is.
Eiser stelt dat de RSJ artikel 40a Rtvi onjuist heeft uitgelegd en dat de weigering tot strafonderbreking discriminatoir is. De rechtbank oordeelt echter dat eiser niet-ontvankelijk is omdat de juistheid van de RSJ-beslissing in deze procedure niet kan worden betwist.
Ten overvloede bevestigt de rechtbank dat de strafonderbreking pas ingaat wanneer daadwerkelijk vertrek uit Nederland mogelijk is, hetgeen inhoudt dat uitzetting naar het land van herkomst of een derde land uitvoerbaar moet zijn. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat geen sprake is van gelijke gevallen.
Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten en zijn vordering wordt afgewezen.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot strafonderbreking omdat daadwerkelijk vertrek uit Nederland niet mogelijk is.