ECLI:NL:RBDHA:2021:6628
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen overdraging naar Duitsland in Dublinprocedure
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan volgens de Dublinverordening. Verzoeker verzocht tevens om een voorlopige voorziening die de overdraging aan Duitsland zou schorsen totdat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat bij een gelijktijdige zaak met nummer NL21.5324 reeds uitspraak is gedaan. De voorzieningenrechter acht het verzoek kennelijk ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:83 lid 3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, waardoor de beslissing definitief is.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen overdraging aan Duitsland wordt afgewezen.