ECLI:NL:RBDHA:2021:6629

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 juni 2021
Publicatiedatum
29 juni 2021
Zaaknummer
NL20.2934 en NL20.5773
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 Vreemdelingenwet 2000Art. 17 Verordening (EU) Nr. 604/2013Verordening (EU) Nr. 604/2013Art. 8:57 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen niet-inwilliging asielaanvragen op grond van Dublinverordening Frankrijk

Eisers, een Nigeriaans gezin, hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin hun asielaanvragen niet in behandeling zijn genomen omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.

De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waardoor erop vertrouwd mag worden dat Frankrijk eisers adequaat zal beschermen en behandelen conform internationale normen. Eisers konden niet aannemelijk maken dat er sprake is van structurele tekortkomingen in de Franse asielprocedure of opvang.

Daarom was het niet nodig dat de staatssecretaris aanvullende garanties vroeg of de asielaanvragen aan zich trok op grond van de discretionaire bevoegdheid. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen zijn ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummers: NL20.2934 en NL20.5773

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[Naam 1], eiseres, V-nummer: [Nummer 1], en

[Naam 2], eiser, V-nummer: [Nummer 2], mede namens hun minderjarige zoon
[Naam 3]
hierna gezamenlijk te noemen: eisers
(gemachtigde: mr. B.J. Manspeaker),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. N. Jansen).

Procesverloop

Bij besluiten van 3 februari 2020 en 4 maart 2020 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van eisers om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk daarvoor verantwoordelijk is.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Op 27 mei 2020 heeft er een zitting plaatsgevonden, samen met de behandeling van de zaken met nummers NL20.2935 en NL20.5774. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen B. van Brunschot. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ter zitting heeft de rechtbank de beroepen aangehouden.
Met instemming van partijen doet de rechtbank uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

Overwegingen

1. Eisers stellen te zijn geboren op respectievelijk [Geb. datum 1] 1992 en [Geb. datum 2] 1990 en de Nigeriaanse nationaliteit te bezitten.
2. Bij de bestreden besluiten heeft verweerder de asielaanvragen van eisers niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Volgens verweerder zijn de autoriteiten van Frankrijk verantwoordelijk voor de behandeling van de asielaanvragen van eisers op grond van de Verordening (EU) Nr. 604/2013 (Dublinverordening). Daarbij wijst verweerder erop dat de autoriteiten van Frankrijk de door verweerder gedane terugnameverzoeken heeft geaccordeerd.
3. Op wat eisers daartegen aanvoeren wordt hierna ingegaan.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Volgens eisers kan er geen overdracht naar Frankrijk plaatsvinden omdat zij aldaar onvoldoende worden beschermd tegen bedreigingen aan het adres van eiseres en haar familie. Eisers stellen dat zij daartegen aangifte hebben gedaan en dat het op de weg van verweerder lag om daarover overleg te plegen met de Franse autoriteiten.
5. Ten aanzien van Frankrijk dient te worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit brengt met zich dat erop vertrouwd kan worden dat de autoriteiten van Frankrijk eisers zullen behandelen in overeenstemming met de internationale vereisten. Daar hoort bij dat eisers worden beschermd tegen bedreigingen. Indien nodig dient daarover geklaagd te worden bij de Franse instanties.
6. Dit is slechts anders wanneer eisers aannemelijk maken dat er in Frankrijk sprake is van structurele tekortkomingen in de asielprocedure of in de opvangvoorzieningen. Hierin zijn eisers echter niet geslaagd.
7. Gelet hierop heeft verweerder geen aanvullende garanties hoeven vragen bij de autoriteiten van Frankrijk over het verloop van de aangifte of anderszins.
8. Het voorgaande leidt ten slotte tot het oordeel dat verweerder geen aanleiding heeft hoeven zien om de asielaanvragen van eisers aan zich te trekken op grond van de discretionaire bevoegdheid (artikel 17 van Pro de Dublinverordening).
9. De beroepen zijn ongegrond.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.