ECLI:NL:RBDHA:2021:6695
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens afwijzing uitstel zitting
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter vanwege de afwijzing van een verzoek tot uitstel van de zittingsdatum. Zij stelde dat de rechter door de motivering van deze afwijzing de schijn van vooringenomenheid wekte.
De wrakingskamer oordeelde dat een rechter alleen gewraakt kan worden bij objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid, en dat een procedurele beslissing zoals het afwijzen van een uitstelverzoek hiervoor geen grond kan zijn. Ook de motivering van de afwijzing kon niet anders worden uitgelegd dan als een normale procedurele beslissing.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen uitzonderlijke omstandigheden waren die een vermoeden van vooringenomenheid rechtvaardigen. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en het proces in de hoofdzaak werd voortgezet zoals het was ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen en het proces wordt voortgezet.