ECLI:NL:RBDHA:2021:6747
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens niet-onderbouwd huwelijk en middelenvereiste
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) op grond van gezins- en familierecht. De aanvraag werd door de staatssecretaris afgewezen omdat niet is aangetoond dat het huwelijk tussen eiseres en referent geldig en echt is. De rechtbank constateert tegenstrijdigheden tussen de huwelijksakte en het identiteitsdocument van eiseres, waarbij het huwelijk niet blijkt te zijn geregistreerd in de Taskera. Tevens is niet aannemelijk gemaakt dat het huwelijk feitelijk wordt ingevuld, aangezien eiseres en referent elkaar niet persoonlijk hebben ontmoet en onvoldoende bewijs is geleverd van een duurzame relatie.
Daarnaast is niet voldaan aan het middelenvereiste. De inkomensgegevens van referent vertonen inconsistenties, waaronder verschillen tussen loonstroken en bankafschriften en het niet afdragen van loonheffingen door de werkgever. Het inkomen van referent kan daardoor niet als zelfstandig worden beschouwd. Verweerder heeft ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro, dat het familieleven beschermt, verworpen omdat onvoldoende bewijs is geleverd van een feitelijke huwelijksrelatie.
De rechtbank wijst het beroep af en verleent eiseres vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 14 mei 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens niet-onderbouwd huwelijk en niet voldaan middelenvereiste.