ECLI:NL:RBDHA:2021:6752
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter in een civiele procedure tussen verzoeker en belanghebbende. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid en partijdigheid van de kantonrechter, onder meer vanwege ongelijke spreektijd en opmerkingen tijdens de zitting van 8 juni 2021.
De wrakingskamer stelde vast dat verzoeker en zijn gemachtigde op de zitting van 8 juni 2021 bekend waren met de feiten die het wrakingsverzoek onderbouwen, maar geen mondeling wrakingsverzoek deden en ook niet kort daarna schriftelijk reageerden. Pas negen dagen later, op 17 juni 2021, werd het wrakingsverzoek ingediend.
De wrakingskamer oordeelde dat er geen uitzonderlijke omstandigheden waren die de late indiening rechtvaardigden. Het verzoek werd daarom als te laat beschouwd en verzoeker werd niet-ontvankelijk verklaard. Hierdoor kon de wrakingskamer niet inhoudelijk op het verzoek ingaan.
De beslissing werd op 1 juli 2021 door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Den Haag uitgesproken. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek wegens te late indiening.