ECLI:NL:RBDHA:2021:6783
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens Dublinverordening en minderjarigheid niet erkend
Eiser, van Eritrese afkomst, diende op 29 april 2021 een asielaanvraag in die niet in behandeling werd genomen omdat Zwitserland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eerder was een soortgelijk besluit op 22 februari 2021 genomen en door de rechtbank op 16 maart 2021 bevestigd.
Eiser voerde aan minderjarig te zijn en stelde een doopakte te hebben die dit zou bewijzen, maar kon deze niet overleggen omdat zijn telefoon in beslag was genomen. De rechtbank oordeelde dat het aan eiser was om zijn minderjarigheid te bewijzen en dat verweerder niet verplicht was de doopakte uit de telefoon te halen. Bovendien is een doopakte geen officieel identificerend document dat als bewijs van minderjarigheid kan dienen.
De rechtbank constateerde dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was, maar dat dit gebrek niet tot benadeling van eiser leidde. Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van € 534. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van € 534.