ECLI:NL:RBDHA:2021:6786
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit en oplegging nieuw besluit na intrekking
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 13 oktober 2020 waarbij zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel is afgewezen en tevens een terugkeerbesluit is opgelegd. Dit besluit is later door verweerder ingetrokken, waardoor het oorspronkelijke besluit geen meeromvattende beslissing meer vormt en een onduidelijke situatie voor eiser ontstaat.
De rechtbank heeft in een tussenuitspraak verweerder de gelegenheid gegeven het gebrek in het besluit te herstellen, maar verweerder heeft hiervan geen gebruik gemaakt. De rechtbank constateert dat het herstel in de zaak van eisers zus niet het gebrek in deze zaak wegneemt.
Gelet op het arrest TQ van het Hof van Justitie van de Europese Unie en het belang van duidelijkheid voor eiser, legt de rechtbank een termijn van zes weken op waarbinnen verweerder een nieuw besluit moet nemen. Bij overschrijding wordt een dwangsom van €100 per dag, met een maximum van €7.500, opgelegd.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van €1.068,-. De uitspraak is gedaan door rechter A. Snijders en griffier T.M. Horsten-Kuijpers op 30 juni 2021.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder krijgt zes weken om een nieuw besluit te nemen onder verbeuring van een dwangsom.