Eiser, met acht eerdere afgewezen asielaanvragen, diende op 14 juni 2019 een negende asielaanvraag in met als grond zijn bekering tot het atheïsme. Verweerder wees deze aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat de bekering niet geloofwaardig werd geacht. Tijdens het gehoor op 14 oktober 2020 werden suggestieve vragen gesteld die volgens eiser getuigen van vooringenomenheid.
Verweerder erkende dat enkele vragen suggestief waren en heeft deze niet betrokken bij de beoordeling. De rechtbank oordeelt echter dat het buiten beschouwing laten van alleen deze vragen onvoldoende is om te waarborgen dat het gehele gehoor vrij was van vooringenomenheid. Hierdoor is het bestreden besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid genomen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser ad €1.068.
De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager en openbaar gemaakt op 5 juli 2021. Tegen deze uitspraak kan binnen één week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.