ECLI:NL:RBDHA:2021:687
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduring bewaring wegens uitzetting naar Marokko ongegrond verklaard
Eiser is in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege zijn uitzetting naar Marokko. Hij stelde beroep in tegen de voortzetting van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding wegens onrechtmatige detentie.
De rechtbank toetste of sinds het sluiten van het eerdere onderzoek de maatregel nog rechtmatig is. Eiser voerde aan dat er geen reëel zicht op uitzetting bestaat omdat de LP-aanvraag lang loopt zonder reactie van de Marokkaanse autoriteiten en verweerder onvoldoende voortvarend zou handelen.
Verweerder toonde aan dat ondanks corona-maatregelen presentaties bij het consulaat plaatsvinden en dat de Marokkaanse autoriteiten terugkeer faciliteren indien de vreemdeling daartoe bereid is. Eiser had steeds aangegeven niet te willen terugkeren en heeft geen contact gezocht met de autoriteiten.
De rechtbank oordeelde dat het risico voor het uitblijven van voortgang bij de Marokkaanse autoriteiten voor rekening van eiser komt en dat verweerder voldoende voortvarend handelt door regelmatig te rappelleren. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om invrijheidstelling en schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.