ECLI:NL:RBDHA:2021:6895
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd wegens ontbreken rechtmatig verblijf
Eiser, Syrische nationaliteit, diende op 26 november 2019 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Verweerder wees deze aanvraag af omdat eiser niet gedurende vijf aaneengesloten jaren rechtmatig verblijf had voorafgaand aan de aanvraag. Eiser voerde aan dat hij ten onrechte geen gelegenheid tot het indienen van een zienswijze had gekregen en dat hij rechtmatig verblijf had, mede op grond van het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aan eiser de mogelijkheid had geboden om binnen zes weken een zienswijze in te dienen en dat uitstel slechts eenmaal was verleend. Eiser had voldoende gelegenheid om een zienswijze te geven, ook na de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het niet reageren op een tweede uitstelverzoek leidde niet tot schending van belangen.
Ten aanzien van het rechtmatig verblijf stelde de rechtbank vast dat de asielvergunning van eiser met terugwerkende kracht was ingetrokken, waardoor hij niet voldeed aan de vereiste van vijf jaar rechtmatig verblijf. Het feit dat eiser feitelijk langer in Nederland verbleef en geïntegreerd was, maakte dit niet anders. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd wordt ongegrond verklaard.