Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 27 maart 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen. Het daartegen gemaakte bezwaar is in het besluit van 19 juli 2020 (het bestreden besluit) kennelijk ongegrond verklaard.
Overwegingen
Vrijstelling van het mvv-vereiste
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat verweerder een nieuw besluit neemt op het bezwaar van eiser met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten ten bedrage van € 1.068,- (duizendachtenzestig euro).
- draagt verweerder op om het door eiser betaalde griffierecht ten bedrage van € 178,- (honderdachtenzeventig euro) te vergoeden.
www.rechtspraak.nl.