Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], alias, [naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Tunesische nationaliteit dragende persoon, diende op 13 februari 2021 een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening is vastgesteld dat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Roemenië niet langer geldt vanwege mishandeling door de Roemeense politie, het ontbreken van juridische bijstand en tolk, en het risico op indirect refoulement. Tevens stelde hij dat hij geen klacht kan indienen bij de Roemeense autoriteiten omdat zij hem mishandeld zouden hebben.
De staatssecretaris stelde dat Roemenië de aanvraag zal behandelen conform Europese asielrichtlijnen en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat dit niet het geval is. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd en dat de persoonlijke omstandigheden geen bijzondere individuele omstandigheden vormen die overdracht aan Roemenië onredelijk maken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.